Font Size

SCREEN

Profile

Layout

Menu Style

Cpanel

Inkomstenbelasting algemeen

De Nederlandse Antillen kennen een belastingheffing naar het inkomen van natuurlijke personen.

Het inkomen voor binnenlands belastingplichtigen bestaat uit het gezamenlijk bedrag van:

  • onroerende goederen (vraag 11j aangiftebiljet, artikel 4)
  • roerend kapitaal (vraag 13o aangiftebiljet, artikel 5)
  • onderneming en arbeid  (vraag 6d aangiftebiljet, artikel 6)
  • rechten op periodieke uitkeringen (vraag 10i aangiftebiljet, maar ook 6d aangiftebiljet, artikel 7)
  • artikel 11 (w.o. afkoopsommen, schadeloosstellingen e.d.; liquidatie-uitkering, winst uit aanmerkelijk belang (vraag 14k, 14m en 14r aangiftebiljet)

Ook niet inwoners van de Nederlandse Antillen kunnen belastingplichtig zijn voor de Nederlands Antilliaanse inkomstenbelasting. Bijvoorbeeld bij het aanhouden van onroerend goed in de Nederlandse Antillen, van spaartegoeden of verstrekte leningen (via bijvoorbeeld bronheffing in de vorm van de spaarvermogensheffing of bij hypothecaire zekerheidsstelling), directiesalarissen, ambtenarensalarissen van de Nederlandse Antillen of een aanmerkelijk belang in een Nederlands Antilliaanse vennootschap.

Op deze site kan u een informatie terugvinden inzake groot aantal van deze bronnen van inkomsten. Mocht u vragen hebben, neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Penshonadoregeling

penshonado

Lekker van de oude dag genieten op één van onze zonnige eilanden? Dat kan, en de Curaçaosche overheid maakt dat ook nog eens fiscaal aantrekkelijk. Het inkomstenbelastingtarief bedraagt namelijk 10% voor buitenlandse bronnen van inkomen! (Wel moet eventueel nog premies AOV/AWW (NL: AOW/Anw) betaald worden (tot 60 jaar), als ook 1,5 à 2% AVBZ (NL: AWBZ) premie.)

Er zijn een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Zo moet u tenminste 50 jaar oud zijn en meer dan 60 maanden voorafgaande aan de aanvraag geen inwoner van Curaçao zijn geweest. Daarnaast dient u een huis van tenminste NAf 450.000 aan te schaffen en mag u geen lokale arbeid verrichten anders dan voor een NV of BV waarin u tenminste 40% (on)middelijk aandeelhouder bent.

Lees meer: Penshonadoregeling

Fictief rendement

fictief rendementIndien u als binnenlands belastingplichtige (niet-penshonado) aandelen (lidmaatschapsrechten of belangen) bezit in een of meerdere buitenlandse beleggingsmaatschappijen of vrijgestelde vennootschappen , dan dient u een fictief rendement aan te geven in uw aangifte inkomstenbelasting.

Het fictief  rendement bedraagt 4% van de waarde welke bij het begin van het kalenderjaar in het economische verkeer aan de aandelen, lidmaatschapsrechten en belangen kan worden toegekend.

Met  een buitenlandse beleggingsmaatschappij wordt bedoeld een lichaam dat niet op de Nederlandse  Antillen is gevestigd waarvan de bezittingen volgens de geconsolideerde balans grotendeels bestaan uit kredietverstrekkingen en beleggingen of daarmee overeenkomende werkzaamheden. 

Uitsluitend het fictief rendement dient aangegeven te worden, niet de werkelijk genoten dividenden. 


Op 3 oktober 2001 heeft de Directie der Belastingen een aanschrijving gepubliceerd waarin duidelijkheid is geschapen op een mogelijke samenloop tussen de fictiefrendementsbepaling en de daadwerkelijk genoten dividenden. In deze aanschrijving is bepaald dat de daadwerkelijk genoten dividenden buiten de belastingheffing blijven en dat het fictief rendement wordt belast tegen een vast tarief van 25% exclusief opcenten.  Het tarief is in 2005 verlaagd naar 15% exclusief opcenten.

 

Geen fictief rendement hoeft er te worden aangegeven, indien aandelen in kredietinstellingen, hypotheekbanken en verzekeringsmaatschappijen worden gehouden, die officieel op aan bepaalde effectenbeurzen zijn genoteerd of bij een belang in vennootschappen waarvan de feitelijke werkzaamheden aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden.

Verhuur van onroerend goed op de Nederlandse Antillen door niet-ingezetenen

Op pagina 4 en 5 van zowel het nieuwsblad #25 als ook #26 van Boca Gentil, een groot bouwproject op Curaçao, is in een artikel verschenen van een zakenrelatie van HFL Consultants N.V. uit Nederland en HFL Consultants N.V. over de fiscale gevolgen van het aanhouden van onroerend goed in de Nederlandse Antillen ten behoeve van het gebruik en de verhuur daarvan.

Vergeet niet om zonodig omzetbelasting of logeergastenbelasting te berekenen!

Onroerende goederen lokaal


Onroerende goederen

vraag 11 aangiftebiljet

Artikel 4 bepaalt de opbrengst van onroerend goed in de wet. Je ziet eigenlijk al meteen in het eerste het beste artikel dat het zogenaamde afpellend karakter al weer omzeild wordt door  de bepaling ‘anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

 

 

De Let op! opmerking heeft betrekking op artikel 4, lid 3 begin waarin is bepaald dat je 65% van de huuropbrengsten dient te verantwoorden.

 

Artikel 9 en 9C regelen de aftrek van de betreffende bronnen. Daar wordt echter ook al weer inbreuk op gemaakt door artikel 4, lid 3 slotgedeelte. In artikel 9 komen geen aftrekposten voor die van belang zijn voor inkomsten uit onroerend goed. Wel van belang is artikel 9, lid 8.

 

Volgens artikel 4, lid 3 slotgedeelte bepaalt:

 

en worden geen andere kosten in aanmerking genomen dan de rente en kosten van geldlening ter verkrijging of verbetering van het onroerend goed, alsmede de premies voor een aan die lening verbonden met de looptijd dalende overlijdensrisicoverzekering.

onroerend goed toelichting

Het tweede lid van artikel 4 bepaalt dat niet tot het inkomen uit onroerend goed gerekend wordt is hetgeen zuiver wordt verkregen uit de eigen woning. In het vierde lid is het begrip “eigen woning” gedefinieerd. Toch is dit maar een vage definitie, want dat het koophuis waarin je woont tot het begrip “eigen woning” wordt verstaan lijkt logisch. Maar ook het vakantiehuisje of het af en toe verhuurde vakantiehuisje op Curaçao?

Eigen woning is de woning die de belastingplichtige in eigendom heeft en die hij als hoofdverblijf heeft.

 

Verkoopopbrengsten van het betreffende onroerend goed zijn onbelast. Allereerst als gevolg van het toegepaste bronnentheorie, maar is ook opgenomen in artikel 8, onderdeel d.

 

Nergens in de wet staat dat alleen verhuur van onroerend goed in Curaçao belast is. Voor buitenlands belastingplichtigen is wel een a contrario regeling opgenomen: verhuurd onroerend goed van buitenlands belastingplichtigen worden alleen in de heffing betrokken voor zover dit onroerend goed binnen Curaçao is gelegen. Inkomsten uit vakantiehuisje in het buitenland moeten daarom ook opgegeven worden in de aangifte inkomstenbelasting voor binnenlands belastingplichtigen.

 

Aruba en St. Maarten kent op dit punt eensluidende bepalingen. Dat zou kunnen betekenen dat je als inwoner van Curaçao zowel op Aruba als in Curaçao belasting zou moeten betalen. Gelukkig regelt de Belastingregeling voor het Koninkrijk in artikel 4 het heffingsrecht. Zie echter artikel 24 van deze regeling. Voor Aruba en Nederland wordt zo dubbele heffing voorkomen. Voor andere landen geldt formeel geen regeling. Van de mogelijkheid, zoals opgenomen in artikel 58 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen om middels een eenzijdige regeling dubbele heffing te voorkomen is geen gebruik gemaakt. Wel wordt dit in individuele gevallen toegestaan waarbij artikel 24 van de BRK conform wordt toegepast.

Model D aangifte

 

 

U bevindt zich hier: Home Administratief Aansluiting vermogen Artikelen Inkomstenbelasting